Een donkere kamer
Zo'n ruimte had je vroeger niet zomaar eventjes
Een doka vroeg vaak om inprovisatie en inschikken
| Waar vind je zomaar een geschikte ruimte? | ||
| Verlichting van een donkere kamer klinkt onlogisch maar is kritisch | ||
| De geniepige verborgen lichtbron in de tl-buis |
Jeugdherinneringen
Ik was 14 toen ik mijn eerste camera kreeg. Een Werra 4. Een Oost-duitse camera met een verbazend goede lens. En al snel kwam de behoefte om zelf foto's af te gaan drukken. Maar de benodigde apparatuur zoals een vergrotingsapparaat was behoorlijk duur. En ik had een geschikte ruimte nodig.
Het aspect van de kosten was wel oplosbaar, door in de zomermaanden bollen te gaan pellen bij één van de vele bloembollentelers in de regio waar ik woonde. Bollen pellen was smerig, stoffig en vrij slecht betaald werk. Maar als je maar genoeg deed en er wat ervaring in kreeg, dan verdiende het bollen pellen toch wel leuk bij. En dus kon de voor mij peperdure apparatuur worden gekocht.
Ik maakte vrij veel zelf. Een aantal lampen (rood, geelgroen, wit) in een houten lichtbak, een zelfgebouwde warmhoudplaat van een grote plaat koper met een paar theelicht elementen er onder gesoldeerd en in een houten bak ingebouwd en noem maar op. Langzaam ontstond de verzameling apparatuur die je in een donkere kamer nu eenmaal nodig hebt.
De badkamer van het ouderlijk huis werd voorzien van spaanplaat schotten voor de ramen. Het kierde wel wat, maar ik heb uiteindelijk nooit echt problemen met lekkage van licht gehad. Een film inspoelen deed in uit voorzorg 's wel avonds. Dan was het echt donker genoeg.
Maar met de deur van de kelderkast werkte dat niet. Met name een deur blijkt echt aan alle kanten te kieren. En dan sta je er van te kijken hoeveel licht er door een kierende deur komt als je ogen er eenmaal aan gewend zijn. Meer dan flink schemerig werd onze donkere kamer op die manier niet. Maar ja, de deur moest ook open kunnen. Afplakken werkte niet. De donkere kamer moest ook niet luchtdicht worden want het was voor de fotograaf wel nodig om normaal adem te blijven halen.
![]() |
| Een schematische tekening van een vergrotingsapparaat |
Ik maakte vrij veel zelf. Een aantal lampen (rood, geelgroen, wit) in een houten lichtbak, een zelfgebouwde warmhoudplaat van een grote plaat koper met een paar theelicht elementen er onder gesoldeerd en in een houten bak ingebouwd en noem maar op. Langzaam ontstond de verzameling apparatuur die je in een donkere kamer nu eenmaal nodig hebt.
De badkamer van het ouderlijk huis werd voorzien van spaanplaat schotten voor de ramen. Het kierde wel wat, maar ik heb uiteindelijk nooit echt problemen met lekkage van licht gehad. Een film inspoelen deed in uit voorzorg 's wel avonds. Dan was het echt donker genoeg.
Lichtlekkage was vaak een probleem
Met papier gaf de lichtlekkage geen problemen. We hadden bij ons thuis nog zo'n echt ouderwets lavet van granitosteen. Daar werd een houten tafelblad op gemaakt. Er was uiteraard al water in de badkamer. Warm en koud. Elektriciteit werd met een kabelbox uit een slaapkamer gehaald.
"Het dokaboek" van Günter Spitzing
De donkere kamer was gebruiksklaar. Ik had een doka. Met "Het dokaboek" van Günter Spitzing er bij om het kunstje van ontwikkelen en afdrukken te leren. Want ik was op dat punt echt 100% autodidact. En sinds die tijd is "echte fotografie" voor mij altijd verbonden geweest met de geur van iets verwarmde papierontwikkelaar en het langzaam maar zeker op zien komen van een zwartwitfoto in een bak met vloeistof. Een soort van jeugdsentiment? Waarschijnlijk zal dat er wel bijkomen. Maar het ontwikkelen en werken met analoge fotografie was ook een ongekende ervaring die ik voor geen goud had willen missen. Sterker nog, ik zou het best nog wel eens willen proberen maar apparatuur en materiaal zijn nauwelijks meer te vinden. Hooguit heeft er nog iemand een doos met oude spullen op zolder staan. En waar ik nu een donkere kamer zou moeten maken zou ik echt niet weten.Allerlei uitvoeringen waren er te vinden
De donkere kamer ofwel de "doka" is onmisbaar voor de fotograaf die analoog wil werken. Je komt donkere kamers echt in allerlei uitvoeringen tegen. Van een grote gehuurde ruimte op een industrieterrein tot aan een veel te kleine kast onder de trap. In feite was elke ruimte die lichtdicht was, te gebruiken. Water was ook een belangrijk onderdeel omdat er veel gespoeld moest worden. Dus veel fotografen gebruikten een doucheruimte of badkamer. In een kelderkast moest je je behelpen met een emmer water.Waar vind je een lichtdichte ruimte
Het lichtdicht maken was overigens geen sinecure, zeker niet als het een kleine ruimte betrof. Lichtlekkage lag altijd op de loer. Bij een grote ruimte kon je door met elkaar overlappende muren te werken die matzwart werden geschilderd, een soort lichtdichte gang bereiken. Dat was handig maar alleen voor grote bedrijven te gebruiken.Maar met de deur van de kelderkast werkte dat niet. Met name een deur blijkt echt aan alle kanten te kieren. En dan sta je er van te kijken hoeveel licht er door een kierende deur komt als je ogen er eenmaal aan gewend zijn. Meer dan flink schemerig werd onze donkere kamer op die manier niet. Maar ja, de deur moest ook open kunnen. Afplakken werkte niet. De donkere kamer moest ook niet luchtdicht worden want het was voor de fotograaf wel nodig om normaal adem te blijven halen.
Kieren moesten bestreden worden
En dus moesten er allerlei creatieve manieren gevonden worden om de deur zo te bewerken dat het kieren een stuk minder werd. Gordijnen aan beide zijden wilden ook nog wel eens werken. Hadden we een grotere ruimte waar ook nog ramen in zaten dan werd het probleem van het kieren ook daar zichtbaar en moesten we ons in vergelijkbare bochten wringen om de ruimte lichtdicht te krijgen.![]() |
Er komt altijd wel ergens licht vandaan | ![]() |
En nu moeten we licht hebben
Hadden we dan eindelijk de duisternis bereikt die we wilden hebben, dan was de volgende stap de verlichting. We wilden wel iets kunnen zien. Bij film waren we daar heel snel mee klaar. Die was overal gevoelig voor en elke vorm van licht was taboe. Maar bij lichtgevoelig papier lag dat anders. Dat was niet gevoelig voor bepaalde kleuren licht. Er bestaat een rode en een geelgroene donkere kamer verlichting. Welke kleur je daarvan gebruikt hangt af van het gebruikte papier.En natuurlijk had je witte verlichting nodig om te kunnen zien wat je uiteindelijk gemaakt had.
Hé, toch beschadiging van de film door lichtlekkage?
En dan ging je de film ontwikkelen en bleek deze toch beschadigd te zijn door licht. Terwijl het echt hartstikke donker was in onze donkere kamer. De film had toch een zogenaamde sluier opgelopen. Een sluier was een soort onregelmatige waas na het afdrukken. Die werd veroorzaakt door vrij willekeurige verontreiniging met licht. Maar waar kwam dat licht dan vandaan? Want zo voor het oog was het echt 100% donker.Het geniepige onzichtbare licht van de TL-buis
In veel gevallen was een TL-buis de schuld. Als deze op zich handige lichtbron verkeerd om aangesloten was (en met een stekker in een stopcontact heb je direct al 50% kans dat dit gebeurt) dan gloeide deze TL-buis na met voor het oog onzichtbaar licht. Maar voor de film was het maar al te zichtbaar licht. Kortom, géén TL-buis in een donkere kamer! Maar gewone gloeilampen.Klaar om te beginnen.
Na al deze voorbereiding waren we dan klaar om onze eerste filmpjes te gaan ontwikkelen en afdrukken. Eerst maar eens spullen in gaan kopen. Een vergroter natuurlijk, ontwikkelspullen als bakken, tangen en dergelijke. Aansluitingen op het water waren ook altijd handig in verband met spoelen en dergelijke. Een goede donkere kamer had altijd een nat en een droog gedeelte.Maar we waren wel op gang aan het komen met onze nieuw tak in de fotografie.
En starten is voor vrijwel alles belangrijk, nietwaar?
Dan zien we verder wel wat er op ons af gaat komen.
Nicolaas/S Fotografie in Lisse.
Meer dan 50 jaar ervaring
in verschillende takken van de fotografie


